(bron:
wikipedia)
Turkije (Turks: Türkiye), officieel de Republiek
Turkije ( Türkiye Cumhuriyeti), is een
land dat voor het grootste deel in Azië ligt, op het
schiereiland Anatolië (of Klein-Azië) tussen de
Middellandse Zee en de Zwarte Zee, echter om
politieke en culturele redenen wordt het dikwijls
tot Europa gerekend. Turkije is een democratische,
de jure laïcistische rechtsstaat, en parlementaire
republiek met een president aan het hoofd. De
hoofdstad en de regeringszetel van het land is
Ankara.
Een klein deel rond de grootste stad Istanboel ligt
in Europa. Het Aziatische en het Europese deel
worden gescheiden door de Dardanellen, de Zee van
Marmara en de Bosporus, die gezamenlijk de
Middellandse Zee met de Zwarte Zee verbinden.
Turkije grenst aan acht landen: Bulgarije in het
noordwesten, Griekenland in het westen, Georgië in
het noordoosten, Armenië, Azerbeidzjan en Iran in
het oosten, Irak en Syrië in het zuidoosten.
Turkije hoort bij de G20, een groep die de 20
grootste economieën van de wereld bij elkaar brengt.
Het is mede-oprichter van de Verenigde Naties, de
Organisatie van de Islamitische Conferentie, de
Organisatie voor Economische Samenwerking en
Ontwikkeling en de Organisatie voor Veiligheid en
Samenwerking in Europa. Het is ook een lid van de
Raad van Europa sinds 1949 en lid van de NAVO sinds
1952. Sinds 2005 onderhandelen Turkije en de
Europese Unie over toetreding van Turkije tot de EU.
Klimaat, Landschap, Flora en Fauna
Turkije ligt niet alleen cultureel, maar ook qua
klimaat op een kruispunt. Het Oosten van het land en
centraal-Anatolië bezitten een uitgesproken
landklimaat met zeer hete zomers en ijskoude winters
waarin zeer veel sneeuw kan vallen. De gebieden
langs de Middellandse Zee hebben een mediterraan
klimaat terwijl de noordkust een warm zeeklimaat
heeft. Het Zuidoosten, uitgezonderd het berggebied
in het extreme Zuidoosten, is overwegend droog en
plaatselijk zelfs woestijnachtig; Turkije heeft
gedeelten met zeer weinig neerslag, waar dan ook
zoutmeren zijn gevormd. Vanaf İzmir gaande van West
naar Oost neemt de hoeveelheid neerslag langzaam af,
maar langs de noord- en zuidkust valt relatief veel
regen, met name in het noordelijk kustgebergte.
Turkije ligt gemiddeld meer dan 800 m boven
zeeniveau en kent een groot aantal geïsoleerde
gebergten die het lokale klimaat sterk beïnvloeden.
Aan de noordzijde zijn dit onder meer de Uludag bij
Bursa (2560 m (dag of daglari is Turks voor
gebergte) het noordelijk kust- of regengebergte
oostelijk en westelijk van Samsun (toppen tot 1775
m), Karagöl dag (3025 m), Zigana dag (3000 m),
Soganli dag (3385 m) bij Giresun, Rize daglari (3711
m), Kackar dag (3937 m) bij Trabzon (het klassieke
keizerrijk Trebizonde). Aan de zuidzijde liggen
langs de kust het Mentese Dag (1750 m), het Ak dag
(3025 m) en de zeer uitgestrekte Toros Daglari (3585
m) en de Aladag (3734 m). Geïsoleerd liggende
gebergten in het oosten die een duidelijk eigen
klimaat hebben, zijn de Süphan dag (4404 m)
noordelijk van het Vanmeer dat zelf op 1720 m hoogte
ligt, het Ararat-massief (5165 m), de Palandöken dag
(3124 m), Sat daglari (3630 m) en de Cilo dag (4168
m) in het verre zuidoosten. De toppen van deze
gebergten zijn vaak tot ver in het jaar besneeuwd,
wat het omliggend gebied tot ver in het seizoen van
smeltwater voorziet. In de streek rond Erzurum (op
ca. 1850 m boven zeeniveau) duurt het groeiseizoen
slechts 3-4 maanden: van juni tot september; de rest
van het jaar ligt er sneeuw. De
klimaatomstandigheden hoog in de Turkse bergen zijn
goed te vergelijken met die in de Alpen, hoewel
hitte en kou wel extremer kunnen zijn.
Kenmerkend voor Turkije zijn uitgestrekte vlakten
die aan alle zijden afgebakend worden door de
gebergten. Door deze vlakten slingeren rivieren die
voor een groot deel nog helemaal natuurlijk zijn,
dus met vlechtpatronen, stroomruggen, rivierduinen,
veel moerassen. Die moerassen kunnen zich over
grotere oppervlakten uitstrekken -- net als de
stoffige zandwoestijnen in het centrale en
zuidoostelijke deel. Centraal Turkije ontvangt
weinig regen maar heeft anderzijds een sterke
verdamping waardoor er middenin de driehoek Konya -
Ankara - Kayseri een groot zoutmeer, het Tuz Gölü is
ontstaan. In het westen lijkt het landschap op dat
van Griekenland: deels met bos begroeid heuvelland,
plaatselijk tot berglandschap, met veel kleinere en
een enkele grotere rivier, de Menderes, ofwel
Meander.
De flora van Turkije is buitengewoon rijk - volgens
een recente lijst komen er 9222 verschillende
soorten hogere planten voor. Dat kan alleen worden
verklaard in samenhang met het hier boven beschreven
scala aan geïsoleerd liggende gebergten die als
eilanden boven de tussenliggende (hoog)vlakten
uitsteken. Die hoogvlakten zijn ook maar
gedeeltelijk in cultuur gebracht, hoewel de afname
van de oppervlakte aan 'woeste grond' snel verloopt.
Maar Turkije bezit op veel plaatsen nog uitgestrekte
moerassen met vele soorten gladiolen, lelie-achtigen
en lipbloemigen. Op drogere plaatsen komen we de
391(!) soorten van het geslacht Astragalus tegen,
dit zijn vlinderbloemigen die meestal gekromde
kleine peultjes hebben. Ook verder zijn de
vlinderbloemigen uiterst talrijk. Verder zijn
distels in een ongelooflijke variatie en in de
prachtigste kleuren gewoon. Toorts-soorten zijn er
tientallen terwijl ook klaversoorten zeer verspreid
zijn. De klokjesbloemenfamilie is door veel diep- en
hemelsblauwe soorten vertegenwoordigd net als die
van de gentianen. Zeer soortenrijk zijn ook de
orchideeën en de bolgewassen waaronder meerdere
soorten tulpen. Nederland mag zichzelf dan als
tulpenland beschouwen, alle tulpen die in Nederland
worden gekweekt vinden hun oorsprong in Turkije en
de aangrenzende landen. Bolgewassen zijn namelijk
bij uitstek verbonden met drogere streken en daartoe
kun je Nederland moeilijk rekenen. De diversiteit
aan klimaten die Turkije heeft is natuurlijk ook een
belangrijke factor voor de verscheidenheid aan
plantensoorten; verder telt ook mee dat Turkije
nooit onder een ijskap heeft gelegen zoals Nederland
wel meemaakte. Weliswaar zijn de gletsjers in de
bergen in die periode zeker groter geweest dan nu,
maar de laaglanden en een groot deel van de
hoogvlakten is steeds ijsvrij gebleven. Ook het feit
dat de gebergten van Turkije geen gesloten muren
vormen maar juist veel 'hiaten' vertonen zorgde dat
planten uit allerlei streken vrij makkelijk naar
Turkije konden migreren. Een recent boek over de
flora van Turkije is dat van de Oostenrijker Gerhard
Pils: Flowers of Turkey, met ca. 4000 foto's. De
Turkse flora wordt bestudeerd door medewerkers van
meerdere Turkse universiteiten, onder meer die van
Istanboel en Erzurum. De Nederlander Carel Kreutz
publiceerde een boek speciaal over de Turkse
Orchideeën, eveneens met vele foto's.
De fauna van Turkije is nog niet uitputtend
onderzocht hoewel de laatste 50 jaar belangrijke
vorderingen zijn gemaakt. Grote zoogdieren en vogels
die elders zeer zeldzaam zijn vindt men nog wel in
Turkije, hoewel ook zij steeds meer onder druk
staan: Europese wolf, bruine beer, vale gier,
lammergier, steenarend, lannervalk en oehoe zijn
enkele voorbeelden. Langs rivieren in het
noordoosten vindt men de reuzenstern, terwijl in de
meer mediterrane gebieden scharrelaar, hop,
bijeneter en meerdere soorten ijsvogels voorkomen.
Turkije is rijk aan vlinders en er komen talloze
insecten voor: expedities van Nederlandse
entomologen naar Turkije leverden in de afgelopen
decennia tientallen nog niet beschreven soorten op.
|
|